goudstuitslurfhondje

soort

                                            het goudstuitslurfhondje
start  >  zoogdieren  >  springspitsmuizen  >  goudstuitslurfhondje                           golden-rumped elephant shrew - Rhynchocyon chrysopygus

 

   

Het goudstuitslurfhondje is een soort springspitsmuis en wordt ook nog de geelstuitolifantspitsmuis genoemd.  De diertjes komen slecht op een kleine plaats voor in het oosten van Kenia in Afrika en zijn daarom sterk bedreigd.  Hun vacht is goudkleurig en glad met zwarte voetjes en oren en een zwart-witte staart.  De rug is rond en vrij hoog en het smalle kopje eindigt op een spitse snuit.  Onder de staart zit er een klier die geurtjes verspreidt.  Er zit ook een opvallende vlek waardoor ze hun naam kregen.  Deze vlek is bij de mannetjes eerder een verdikte huid.  Dat is nodig om zich tijdens gevechten niet te veel te verwonden. 

Deze soort is de grootste springspitsmuis die er bestaat en wordt ongeveer 50 centimeter groot met de staart inbegrepen.  De achtervoetjes zijn tot 7 centimeter lang.  Hun gebit telt 34 tot 38 tanden wat niet weinig is voor deze kleine dieren.  Aan de vingers en de tenen zitten kromme klauwen.

 

 

De diertjes komen voor langs de kust en langs rivieren waar ze in natte bossen en tussen struiken leven.  Hun leefgebied wordt steeds kleiner door het oprukken van de landbouw.  Tot hun vijanden horen slangen en roofvogels.  Maar ze hebben ook vaak last van parasieten zoals teken, muskieten en vliegen die in hun staart bijten.  Eten zoeken doen ze door met hun slurfje door de bladeren en takjes te wroeten.  Ze eten vooral sprinkhanen, krekels, kevers, spinnen, duizendpoten, miljoenpoten, regenwormen, mieren en termieten. 

Ze komen overdag voor en leven enkel op de grond.  Tijdens de nacht blijven ze in een nest dat ze zelf bouwen.  Het wordt met de voorpootjes uitgegraven en bedekt met wat droge bladeren.  Bij gevaar slaan de diertjes met hun staart op de grond of blijven stokstijf staan.  Ook andere slurfhondjes worden weggejaagd als die te dicht komen.  In de natuur worden ze 4 tot 5 jaar oud

foto's : mothyka, rathbun