zuidelijke boommiereneter

soort

                                   de zuidelijke boommiereneter
start  >  zoogdieren  >  luiaards en miereneters  >  miereneters  >  zuidelijke boommiereneter                                           southern tamandua - tamandua tetradactyla

 

 

De zuidelijke boommiereneter is een soort miereneter die ook nog de zuidelijke tamandoea wordt genoemd.  De dieren komen voor in Zuid-Amerika.  Het zijn middelgrote dieren met een smalle langgerekte kop.  De staart is groot en krachtig en dient als grijpstaart.  Aan de voorpoten zijn de klauwen lang en scherp.  De middelste vingers hebben langere klauwen om de insecten uit de boomstam te peuteren.  De vacht is lichtgeel tot donkerbruin.  de dieren worden ongeveer 55 tot 88 centimeter groot met nog een flinke staart van een halve meter lang. 

Deze soort is een beetje kleiner dan de noordelijke boommiereneter.  Ze komen voor in de bossen van de Andes, grote bergen in Zuid-Amerika, maar ook op de savanne en in de regenwouden.  Ze leven van termieten, larven, mieren, bijen en honing.  Het zijn kampioenen om enkel de werksters uit de termietengroep te halen en niet de soldaten.  Die durven natuurlijk flink terug bijten.  De nesten van de termieten worden gevonden met hun fijne neus en hun lange tong.  Die kan tot 40 centimeter lang worden.  Per dag eten ze wel 9 duizend mieren of termieten. 

 

 

De dieren leven vooral in de nacht en af en toe overdag.  Ze leven in de bomen, maar ook op de grond.  Het zijn knappe klimmers in de bomen die hun staart als steun gebruiken.  Op de grond is het iets moeilijker stappen met die kromme klauwen.  Ze kunnen ook prima zwemmen.  Enkel als ze gaan paren, komen ze samen.  De rest van het jaar leven ze liever alleen.  De vrouwtjes krijgen één jong dat op de rug wordt mee gedragen.  Bij het eten wordt het jong even neergezet of tussen de bladeren verstopt. 

Hun vijanden zijn de poema, de harpij en ook honden.  Als er gevaar is, dan gaat hij rechtop staan en steunt op zijn staart.  Ze staan met hun rug tegen een rots en slaan met de klauwen heen en weer.  Hierbij kunnen ze hun vijand flink verwonden.  De dieren zijn niet echt bedreigd en komen op vele plaatsen voor. 

foto's : quartl, korinek, consalves