De tapuit is een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers.  Het zijn insecteneters die vooral op de grond in het gras op zoek gaan naar lekkers.  Het zijn vogels met een opvallende tekening op de staart.  Die valt op tijdens het vliegen.  Mannetjes hebben een grijsbruine rug en een witte streep op de wenkbrauw.  In de broedtijd verandert hun verenkleed licht van kleur.  Ze worden 14 tot 15 centimeter groot en tot 30 centimeter met de vleugels gespreid.  In hun nest leggen ze 5 tot 6 lichtblauwe eitjes die 14 dagen worden uitgebroed. 

De tapuiten komen bij ons voor in Europa, maar trekken in de winter naar het warme Afrika.  Daar verblijven ze op de savannes en keren pas in de lente terug.  Er zijn ook tapuitensoorten die in het hoge noorden leven en in de winter naar onze streken trekt of doortrekt.  Ze houden van open plaatsen zonder struiken of bomen zoals weiden, akkers, kusten, rotsachtige plaatsen, hellingen van heuvels en bergen.  Hun nest maken ze in spleten, in stenen muren of in konijnenholen.  In ons land zie je de tapuit broeden in duinen.  Maar hun aantal gaat sterk achteruit bij ons.  Als broedvogel zal je hen minder vaak nog zien.  omdat de vele zandvlakten in ons land verdwijnen en ook minder konijnenholen te vinden zijn, heeft de tapuit het moeilijker.  De vogelbescherming maakt nu zelf konijnenholen na om de tapuiten een nestplaats te kunnen geven.