De spreeuw is een zangvogel uit de familie van de spreeuwachtigen.  Je ziet ze het hele jaar door rond vliegen, maar toch zijn het trekvogels.  Onze spreeuwen trekken naar het warme zuiden, terwijl de spreeuwen uit het koude noorden naar ons komen om de winter door te brengen.  Ze hebben zwarte veren met een groene glans die soms purper kan uitkleuren.  Tijdens de winter zijn de veren meer gespikkeld.  Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk uit elkaar te houden.  Aan de vorm van de stippels kan je ze herkennen.  Maar je moet er wel een echte kenner voor zijn om dat te zien. 

De vogels worden ongeveer 21 centimeter groot en tot 40 centimeter als ze hun vleugels spreiden.  Het zijn lange zangers die som meer kwetteren dan echt mooi te fluiten.  In de herfst kan je de spreeuwen in grote groepen bij elkaars zien vliegen.  Ze vormen hierbij echte zwermen.  De vogels zijn al verspreid tot in Noord-Amerika, Canada en Alaska.  Bij ons gaat hun aantal sterk achteruit, omdat vele weilanden verdwijnen of worden droog gelegd.