De sneeuwvink is een zangvogel uit de familie van de mussen en de sneeuwvinken.  Ze worden ongeveer 18 centimeter groot en zijn groter dan een huismus.  Ze lijken op het eerste zicht op de sneeuwgors, maar hebben een grijze kop en een zwarte keel.  De rug is bruin en de onderkant is wit.  De zwarte keel verdwijnt als ze niet aan het broeden zijn.  Mannetjes en vrouwtjes lijken goed op elkaar. 

De vogels leven van zaden en af en toe insecten.  Ze maken hun nest in een holte of spleet van een verlaten hol van knaagdieren.  Daarin leggen ze 3 tot 5 eitjes die 14 dagen worden uitgebroed.  Daarin blijven de jongen nog 20 dagen in het nest.  Ze krijgen vooral insectenlarven als voedsel.  Het gebeurt dat er twee nesten per jaar gekregen worden. 

De sneeuwvinken komen voor in de Pyreneeën, de Alpen en de Balkan.  Dat zijn bergen in Europa.  Verder ook richting Turkije tot aan China.  Bij ons komen ze eerder toevallig voor als ze doortrekken naar andere landen.