De Spaanse mus is een zangvogel uit de familie van de mussen en de sneeuwvinken.  Ze lijken sterk op de huismus en komen voor in het zuiden van Europa, het noorden van Afrika tot het Midden-Oosten.  Ze worden tot 16 centimeter groot met een kastanjebruine kruin.  Mannetjes hebben een donkere bef als ze gaan broeden.  Op de rug zijn ze gestreept, de wangen zijn wit met een streep boven de ogen. 

Ondanks de naam komt de soort niet echt enkel in Spanje voor.  Er bestaan 2 ondersoorten van.  Ze komen voor op plaatsen met veel bomen, struiken en vaak in de buurt van mensen.  Het zijn trekvogels die in de winter naar het noorden van Afrika of naar ArabiŽ vliegen.  In onze streken komen ze maar zelden voor. 

Het broeden gebeurt hoog in de bomen in grote groepen.  Hun nest is gemaakt van twijgen en stro.  Soms broeden ze mee in grotere nesten zoals dat van de ooievaar of zelfs roofvogels.