De geelgors is een zangvogel uit de familie van de gorzen.  Ze zijn iets groter dan een mus en zijn onderaan goudgeel geveerd.  De borst en de zijkant is eerder roodbruin met streepjes.  De kop is ook goudgeel en onder de staart zit een roodbruine vlek.  Ze worden tot 16 centimeter groot en leven van zaden, wormen en insecten. 

Bij mooie zomerse dagen hoor je de geelgors fluiten en dat klinkt als ti-ti-ti-ti.  Hun nest maken ze op de grond tussen hoge planten en struiken en is gemaakt van wortels, gras en strohalmen.  Daarin worden tot 5 witte eitjes gelegd.  Na 14 dagen broeden, komen de jongen uit en worden door beide ouders verzorgd.  Je vindt deze vogels bij ons in Europa tot het midden van AziŽ.  Ze houden van heide, bomen die ver uit elkaar staan, bosranden en heggen.  

In Europa komen de vogels nog in grote aantallen voor.  Een tijdje terug stonden ze nog op de rode lijst, maar zijn nu weer helemaal terug in Nederland.  In BelgiŽ zal het nog even duren, want daar zijn de geelgorzen nog niet echt terug gekomen.