vale gier

soort

                                   de vale gier
start  >  vogels  >  roofvogels  >  sperwerachtigen  >  gieren  >  vale gier                                  Griffon Vulture - Gyps fulvus

 

Bestand:Vulture 19o05.jpg

 

De vale gier is een gier die behoort tot de familie van de sperwerachtigen.  Ze worden tot één meter groot van kop tot staart.  Als ze hun vleugels spreiden raken ze tot meer dan 250 centimeter breed.  Daarmee behoren ze tot de grootste vogels ter wereld.  De kop is klein tegenover het lichaam en wordt tijdens het vliegen ingetrokken.  De veren zijn zandkleurig tot donkerbruin.  Ze hebben een witte kraag rond hun hals.  De pennen aan de vleugels en de staart zijn zwart.  Ze doen denken aan de vingers van een hand. 

Je vindt deze gieren in Afrika, in Pakistan en India, in Arabië en het zuiden van Europa.  Dichter bij ons zie je de gieren in Spanje, Portugal en Frankrijk.  We denken dat er tot 1 miljoen vogels van leven.  Ze leven in bergachtige streken met weinig of geen bomen.  Hun nest maken ze op steile kliffen.  Omdat het zo goed gaat met deze gierensoort zijn ze soms al eens boven ons land gezien.  Ze vliegen dan met grote groepen en hoog in de lucht. 

Zoals alle gieren zijn het aaseters die al vliegend naar dode dieren zoekt.  Meestal zijn het resten van runderen.  Ze houden van de zachte delen van het rund zoals de spieren en de ingewanden.  De gier kan zijn lange nek diep in het dode dier stoppen.  Omdat er zo weinig veren op de kop staan, blijft hij ook niet hangen met zijn veren.  De vogels jagen in groep en dalen allemaal naar beneden als één gier iets gevonden heeft.  Maar als het dier nog te vers is, kan de vale gier het lijk niet open scheuren.  Andere en sterkere roofdieren moeten daarbij een handje toesteken. 

 

 

Het gebeurt niet vaak, maar soms worden zwakke of zieke dieren aangevallen.  Omdat boeren de laatste jaren geen dode dieren meer buiten mogen laten liggen, heeft de gier het moeilijk om nog vlees te vinden.  Daarom valt hij soms levende dieren aan.  Ze moeten dan ook verder en verder zoeken om hun prooi te vinden.  Deze gieren zijn ook tam te maken en kan gevangen wel tot 37 jaar oud worden. 

In hun nest wordt maar één ei gelegd dat door het mannetje en het vrouwtje wordt uitgebroed.  Na een half jaar vliegt het jong uit.  Nesten liggen nooit ver van elkaar.  Maar buren moeten toch niet te dichtbij komen.  De paartjes blijven hun leven lang samen.  In de buurt zoeken ze naar voedsel voor hun jong en zweven dan uren in het rond.  Ze laten zich op de warme lucht mee glijden zodat ze bijna niet met hun vleugels moeten klapperen.   Soms halen ze snelheden tot 70 kilometer per uur. 

foto's : thermos, calo bescos, liné1, luc viatour