De palmgier is een grote roofvogel uit de familie van de sperwerachtigen.  We noemen hem ook wel de gierarend.  Je vindt deze vogels in bossen en savannen van Afrika meestal dichtbij water.  Echt schuw zijn deze dieren niet en ze durven dicht bij de plaatsen komen waar mensen wonen.  Ze hebben witte veren op de kop, de borst en de poten.  Het achterste deel van de vleugels is zwart als ook de rug en de staart.  Rond de ogen zit een rode vlek.  De dieren worden 55 tot 65 centimeter groot en hebben vleugels die gespreid tot 150 centimeter breed kunnen worden. 

Als je de vogels ziet vliegen, lijken ze meer op arenden dan op gieren.  Ze leven van dode vissen, maar ook van de noten van de oliepalm.  Daarom worden de gieren dan ook palmgieren genoemd. 

De vrouwtjes broeden zes weken op één ei.  Hun nest is eigenlijk heel groot voor da ene jong dat zal uitkomen.  Het kuiken is bruin van kleur en heeft een gele streep om de ogen.  Het duurt 5 jaar eer de vogels volwassen zijn.