De frambozenkevers zijn insecten die behoren tot de kevers.  Ze worden amper een halve centimeter groot en zijn lichtbruin van kleur.  Over het ganse lijfje zitten fijne haartjes.  De kop is lichtjes naar benden gebogen.  De antennes eindigen op fijne knotsen.  De larven zijn wit en hebben zes pootjes en donkere vlekjes aan de bovenkant.  Opvallend is dat de larven iets groter worden dan de kevers zelfs. 

De kevers komen voor in het noorden en het midden van Europa.  Ook in onze streken komt hij voor.  Ze vreten vooral aan de knopjes van bloemen, de jonge blaadjes en het stuifmeel van frambozenstruiken.  Zeker in de zomer als de frambozen rijp zijn, worden de struiken kaal gegeten.  Het zijn vooral de larven die eten en na zeven weken volgroeid zijn.  Dan verpoppen ze zich onder de grond.  Daar blijven ze gans de winter zitten om pas in de lente als kever naar boven te komen.