kamsalamander

soort

                                       de kamsalamander
start  >  amfibieŽn  >  salamanders  >  echte salamanders  >  kamsalamander                                Warty Newt - triturus cristatus

                                                                                                                                            

   

De kamsalamander wordt ook wel de grote watersalamander genoemd en behoren tot de familie van de echte salamanders.  Ze komen over heel Europa voor en dus ook in onze streken.  Toch zijn ze bij ons erg bedreigd en ook sterk beschermd.  De naam kregen ze natuurlijk door de hoge kam die bij de mannetjes tevoorschijn komt als het paartijd is.  Volwassen mannetjes vanaf drie jaar krijgen dan ook een staartkam.  Ze worden tot 20 centimeter groot en behoren dan ook tot een van de grootste salamanders van Europa.  Olmen, vuursalamanders en ribsalamanders worden nog groter. 

Hun huid is opvallend wrattig en heeft een donkergrijze tot donkerbruine kleur.  De zijkanten hebben zwarte ronde vlekken met daaronder witte spikkels die vooral bij de mannetjes te zien zijn.  De buik is oranje met zwarte vlekken.  De kop is breed met vrij grote ogen en een gele tot oranje pupil.  Aan de voorpoten zitten 4 vingers, terwijl de achterpoten 5 tenen hebben.  Ondanks het watersalamanders zijn, hebben ze geen zwemvliezen tussen hun tenen. 

 

 

Je vindt de kamsalamander in bossen en heggen maar steeds in de buurt van water.  Ze houden van kleinere wateren en niet van meren of rivieren.  Daar kunnen ze zich moeilijk voortplanten.  Ze voeden zich met kleine diertjes zoals kreeftachtigen, insecten en larven, maar durven ook kleine kamsalamanders opeten.  Het zijn dus kleine kannibalen.  Larven voeden zich met watervlooien en muggenlarven die ze aan het wateroppervlak vangen.  Hierdoor zijn ze erg goed te zien voor roofvissen.  Volwassen kamsalamanders vallen ten prooi aan reigers, waterinsecten, roofvissen, loopkevers en waterspitsmuizen.  Ze vluchten weg onder water.  Maar als ze gevat worden, draaien ze zich op de rug en beginnen te piepen.  Zo trachten ze hun vijanden af te schrikken.  Er wordt dan ook een wit slijm afgescheiden dat prikkelt.  Ze kunnen ook bijten, maar kunnen mensen niet echt verwonden. 

Het paren gebeurt in langzaam stromend grotere wateren.  Mannetjes lokken vrouwtjes door golvende bewegingen te maken met hun staart.  Na het paren zet het vrouwtje haar eitjes af die stuk voor stuk in plantenbladeren worden gevouwen.  Ze zijn gelig tot witgroen van kleur.  Larven zoeken hun prooien aan het wateroppervlak.  Pas als ze volwassen worden, zullen ze meer op de bodem gaan jagen. 

Vervuiling van het water zorgt ervoor dat de kamsalamander stilaan meer en mee bedreigd wordt.  Maar ook het droogleggen van poelen en vijvers, het ontbossen en de verkoop van de diertjes zorgen voor een achteruitgang. 

foto's :sevcik, piet spaans, bohdal