regenworm

familie

                       de regenwormen

start  >  wormen  ringwormen  >  regenwormen                                                                                Lumbricidae - earthworms 

 

De regenwormen zijn dieren zonder botten.  Er zijn wel 25 verschillende soorten regenwormen in ons land.  In heel de wereld zijn er meer dan tweeduizend.  Sommigen tot 3 meter lang.

Sommigen graven diepe rechte gangetjes.  Bij het trillen van de grond kruipen de regenwormen uit de grond.  Dit kan doordat dieren of mensen op de grond lopen boven de wormen.  De worm denkt dan dat er een mol op komst is en vlucht naar boven.  Ook het kloppen met een stok of gewoon regendruppels op de grond doen wormen omhoog komen.  Daarom noemen we hem ook een regenworm.  In de winter kruipen de ze dieper de grond in en gaan in een soort winterslaap.  Het grootste deel van hun leven graven ze door de grond.  Ze duwen aarde opzij en nemen de rest op in hun lichaam.  Stukjes dode bladeren worden opgegeten en verteerd.  De restjes worden achteraan uitgescheiden.  Je kan die bergjes soms zien liggen op de aarde. 

Miljoenen regenwormen houden de bodem gezond en vruchtbaar.  Hun gangetjes brengen ook lucht onder de grond.  Planten gebruiken die kleine gangetjes om met hun wortels makkelijker aan water te komen of om het water vlugger te doen zakken. 


  
 

 

De regenworm bestaat uit vele ringen.  Aan elke ring zitten kleine borstels.  Daardoor kan de worm stukje voor stukje voortbewegen.  Onder de grond lukt dat vrij gemakkelijk.  Vooraan heeft de worm een soort bovenlip.  Dat is het begin van een lange darm.  Regenwormen hebben geen ogen.  Ze kunnen dus niets zien, maar wel goed voelen.  De regenworm kan door zijn huid ademen.  Hij heeft ook tien harten.  Dat is wel een pak meer dan de mens, die heeft er maar één.  Hij vreet steeds maar door aan plantenresten en zet die om in compost.  Dat is heel goed voor de grond.  In de nacht houdt hij zich bezig om afgevallen bladeren, gras en ander tuinafval in de grond te trekken.  In een tuin vind je wel vijfhonderd wormen op één vierkante meter.

Regenwormen zijn zowel mannetje als vrouwtje tegelijk.  Als ze paren liggen ze lange tijd tegen elkaar.  Regenwormen herstellen vlug.  Stukjes die er afgaan, groeien gemakkelijk weer bij.  Als een regenworm doormidden breekt, kan alleen het voorstuk in leven blijven.

     

 

Als een regenworm door een dier gepakt wordt kan hij zichzelf  breken en wegvluchten.  Regenwormen zijn goed voor de bodem.  Ze woelen hem flink om.  Maar veel dieren eten graag regenwormen. Veel vogelsoorten, zoals de merel, kraai, roodborstje.  Ook egels, dassen en mollen lusten graag regenwormen.  Verschillende insecten, zoals kevers en slakken eten regenwormen.  Sommige vliegen leggen hun eieren op regenwormen.  Dan hebben ze al een lekker maal als de vliegen uit de eitjes komen. 

De regenworm heeft geen duidelijke kop.  Vooraan zijn ze iets spitser.  Ze kunnen enkel het verschil voelen tussen donker en licht.  Regenwormen hebben ook een zadel.  Het is een plaats waar de ringen dikker zijn.  Bij het paren worden deze zadels tegen elkaar gehouden.  De eitjes worden bevrucht en gaan rond het zadel zitten.  Het ganse pakje wordt dan achtergelaten waar na 4 weken kleine wormpjes kruipen. 

foto's : michael linnenbach, gnu free