De nautilus is een soort inktvis die een schelp rond zijn lijf heeft zitten.  Het is de enige soort inktvis die dat heeft.  De schelpen kunnen tot 30 centimeter groot worden en hebben binnenin verschillende kamers.  Hoe groter de dieren worden, hoe groter de kamer is waarin ze leven.  De schelp wordt ook gebruikt om voort te bewegen in het water.  Stijgen en dalen gebeurt door water in de schelp te pompen.  Er worden kamers bijgemaakt als de nautilussen niet meer in de kamers passen.  Binnenin zit er parelmoer aan de wanden.  Ze hebben zelfs een soort klep om de schelp af te sluiten. 

De nautilussen hebben 35 maar soms meer dan 90 armen waar geen zuignappen op staan.  Die armen staan rond de mondopening en geven iets kleverigs af zodat ze hun prooi kunnen vangen.  Je vindt de meeste dieren in de Grote Oceaan rond de koraalriffen.  Er bestaan nog zo'n zes soorten in deze familie van dieren.  Ze behoren tot de groep van de koppotigen en bestaan al 500 miljoen jaren op onze wereld.  Hiermee zijn ze bij de oudste dieren die in onze zeeŽn leefden.  Anders dan de andere inktvissen kunnen ze geen inkt spuiten om aan gevaar te ontsnappen. 

De ogen van deze dieren liggen net onder de kop.  Ze lijken sterk op de uitgestorven ammonieten en worden 16 tot 20 centimeter groot.  Ze komen soms tot 400 meter diepte voor.  In de nacht komen ze meer naar de oppervlakte en stijgen tot 100 meter diepte.  De nautilussen leven van aas en kleine vissen die vooral in de nacht worden gevangen.  Tijdens de dag zitten ze verstopt.  Omdat de dieren zo'n mooie schelpen hebben, worden ze vaak in grote groepen gevangen en hun schelpen als souvenirs verkocht.  Maar ze worden net als andere inktvissen ook gegeten.