De rotswinterkoning is een soort zangvogel die enkel voorkomt op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland.  Ze worden maar 10 centimeter groot.  Mannetjes herken je aan de groene bovenkant en gele zijkanten.  De borst en de buik is grijsbruin van kleur.  Vrouwtjes zijn volledig olijfgroen gekleurd.  Ze hebben vrij lange pootjes en een spitse zwarte snavel. 

Vaak worden deze vogels verward met de familie van de winterkoningen.  Maar daar horen ze echt niet bij.  De vogels leven op hoogten van duizend tot meer dan 2 duizend meter hoogte.  Daar voeden ze zich met insecten die ze tussen rotsen en stenen vinden. 

Het is gebleken dat vroeger de rotswinterkoning ook op het noordereiland van Nieuw-Zeeland voorkwam.  Maar kleine roofdieren die door de mensen per schip in het land zijn binnen gebracht, hebben de vogels uitgeroeid. Omdat het slechte vliegers zijn, zijn ze erg kwetsbaar.  Ze kunnen makkelijk door kleine roofdieren worden gepakt.  Ze zijn dan ook licht bedreigd in hun voortbestaan.

Om de soort te redden, zijn ze overgebracht naar kleinere eilanden waar de roofdieren niet voorkomen.  Zo kunnen ze in alle rust verder kweken.