winterkoninkje

soort

                                         het winterkoninkje
start  >  vogels  >  zangvogels  eigenlijke zangvogels  >  winterkoningen  >  winterkoning                                                 Eurasian Wren - Troglodytes troglodytes

 

 

Het winterkoninkje is een klein zangvogeltje met een opgewipt staartje dat mooi en helder kan zingen.  Het heeft een roodbruine kleur.  Je vindt hem op open plaatsen of in bossen waar hij vrolijk rond hipt.  Ze eten vooral insecten en spinnen.  Ze kunnen tot drie nesten per jaar hebben, met vijf tot acht jongen per nest.  Deze nesten worden in de lente door het mannetje gemaakt, in heggen, struiken en takkenbossen meestal een meter boven de grond.  Hij maakt er meestal meerdere in zijn omgeving.

Het is het tweede kleinste vogeltje in ons land.  Het goudhaantje is het kleinste.  Maar toch kan hij heel knap bewegen en trillen.  Heel zijn lichaampje trilt en hij draait voortdurend met zijn kopje naar links en rechts om te zien of er ergens een wijfje opduikt dat hij kan verleiden.  Hij doet allerlei kunstjes om een vrouwtje te krijgen.  Om met andere vogeltjes te praten, ratelt hij maar door en door alsof ze aan het kletsen zijn.   

 

 

Hij bouwt een aantal bolvormige nesten van dorre bladeren, mos, varens en grassen.  De opening ligt opzij bovenaan.  Liefst bouwt hij op een donker plaatsje tussen planten, oude takken op de grond, in boomstronken of ergens laag tegen de grond tussen wat rommel in de tuin.  Als je een tuin hebt die netjes en proper is, zonder een beetje rommel, zal je geen winterkoninkje zien.     
Hij werkt de nesten nooit volledig af.   

   

Als er een vrouwtje komt kijken naar die mooie zanger, dan neemt het mannetje haar mee langs zijn verschillende appartementen, zodat ze haar keuze kan maken. Het wijfje kiest er één nest uit en begint dan met de verdere afwerking.   Binnenin wordt alles warm en zacht gemaakt met kleine veertjes, pluisjes en haartjes.  Het legsel bestaat uit 5 tot 8 witte eieren met rode tot bruine spikkels.  De jongen vliegen uit na 2 weken, maar als het voortdurend slecht weer is, duurt het soms bijna 3 weken.

Maar het mannetje is ondertussen al druk bezig met het zoeken naar een ander vriendinnetje.  Als de eieren zijn gelegd, laat hij weerom zijn prachtig lied horen, verleidt hij een ander vrouwtje en brengt haar in een van de andere nesten.  Meestal heeft hij wel drie vrouwtjes tegelijk.  Nadat de vrouwtjes hun eitjes hebben uitgebroed, zijn ze al bij de buurman zijn nest ingetrokken om daar eitjes te gaan leggen.  De papa voert wel alle jongen die in zijn nesten zijn uitgekomen.  Dat is een flink werkje.  Ondertussen blijft hij maar zingen!

De nesten waarin niet wordt gebroed, zijn de speelnesten, waarin papa lekker slaapt als mama zit te broeden.  Later als de jongen zijn uitgevlogen, overnachten ze ook mee in deze nesten bij de papa.  Warmte is erg belangrijk.  Ze houden niet van de koude, want dan kunnen ze bijna niet meer zingen.

 
foto's : jeffdelonge, armin kubelbeck, martien brand, sonja kubelbeck