De gewone waterspreeuw is een zangvogel uit de familie van de waterspreeuwen.  Het zijn geen echte spreeuwen, maar vogels die bij het water leven.  Bij ons in Europa komen er verschillende ondersoorten voor.  Het zijn dikke vogels met een korte staart die ongeveer 18 tot 21 centimeter groot worden.  Hun veren stoten water af.  Ze hebben een bruinrode kleur met een witte borst.  Hun nest is bekleed met mos, gras en bladeren en heeft de vorm van een kommetje.  Aan de zijkant zit een ingang.  Meestal zit het nest verstopt tussen rotsspleten of boomwortels.  Daarin leggen ze 3 tot 6 witte eitjes die 16 dagen worden uitgebroed.  Beide ouders voeren de jongen. 

De jongen gaan dadelijk op zoek naar voedsel in het water als ze volgroeid zijn.  Je vindt de vogels in Europa, het noorden van Afrika en delen van AziŽ.  Bij ons komen ze bijna niet voor.  Enkel de roodbuikige waterspreeuw vind je soms in de Ardennen.  Maar in de winter worden soms waterspreeuwen gezien die doortrekken van het noorden naar warmere plaatsen.