De putter is een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen.  Ze worden ook de distelvink genoemd.  Ze worden ongeveer 12 centimeter groot.  Hun naam distelvink kregen ze omdat ze vaak op distels zitten.  De naam komt van vroeger toen de vogels in kooien werden gehouden en ze hun water uit een vingerhoed omhoog moesten putten om te kunnen drinken.  Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit.  Ze hebben beiden een rood maskertje dat enkel bij het mannetje doorloopt tot voorbij het oog.  Als ze broeden zijn het masker en de gele strepen bij het mannetje feller van kleur. 

Bij de putters zingen ook de vrouwtjes maar is minder mooi dan de mannetjes.  Het zijn zaadeters, maar lusten ook bessen, knoppen, zaden van distels en van grassen.  Maar ook insecten vinden ze weleens lekker zoals miereneieren, meelwormen en rupsen.  Broeden gebeurt van april tot juni.  Het nest wordt gemaakt in heggen en dichte struiken.  Daarin leggen ze 5 tot 6 witte eitjes met bruine vlekjes.  De eieren worden 14 dagen uitgebroed. 

Je vindt de putter in bosjes, langs bosranden en in tuintjes in de stad.  ze komen vooral voor in Europa, het noorden van Afrika tot het zuidwesten van AziŽ.  Er bestaan heel wat verschillende ondersoorten.  Die komen allemaal in verschillende landen voor.  Ook de kleuren kunnen erg verschillend zijn van bruin tot geel en van wit tot zwart.