De haviksvalk wordt ook wel de grote bruine valk genoemd.  Ze komen voor in het verre Oosten en AustraliŽ.  Ze worden 40 tot 50 centimeter groot en met de vleugels gespreid 88 tot 115 centimeter breed.  Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes.  De veren zijn roodbruin tot donkerbruin.  De snavel en de poten zijn blauwgrijs.  Het zijn lawaaierige vogels die aan papegaaien doen denken al ze roepen.  Ze komen met velen voor, zodat er niet echt een bedreiging is. 

Ze houden van open plaatsen zoals graslanden, savannes en akkers.  De vogels zitten vaak op uitkijk op hekken of takken van dode bomen.  Van daaruit jaagt hij op kleine zoogdieren, vogels, reptielen en insecten die allemaal op de grond worden gevangen.  Door snel en laag te vliegen kan hij vele prooien verrassen.  Ze schrikken er niet van om ook prooien van andere dieren af te nemen of om nesten leeg te roven.  Als er natuurbranden zijn, volgen deze valken de brand op zoek naar dieren die weg springen van het vuur.  Meestal komen de vogels alleen voor. 

De valk maakt zelf geen nest maar neemt een oud nest van een andere roofvogel.  Daarin leggen ze 2 tot 3 eieren.  Die worden ruim 30 dagen uitgebroed en na nog eens 40 dagen vliegen de jongen uit.  Omdat AustraliŽ zo groot is, kunnen we zeggen dat er een viertal ondersoorten bestaan die elk op andere plaatsen leven.