oehoe

geslacht

                                         de oehoes
start  >  vogels  >  uilen  >  uilen  >  oehoes                                                                                 horned owls - eagle-owls - bubo

 

 

De oehoe behoort tot de grootste uilen ter wereld.  Zijn naam is gekozen door het geluid dat de vogels maken.  Het zijn vooral de mannetjes die luid 'oehoe' kunnen roepen.  Mannetjes worden tot 65 centimeter groot en hebben vleugels die gespreid tot 150 centimeter kunnen komen.  Vrouwtjes zijn steviger en worden tot 70 centimeter groot met vleugels die tot 190 centimeter kunnen komen.  De oehoe is makkelijk te herkennen en valt op als ze op een tak op uitkijk staan.  Hij heeft erg grote ogen en lange oorpluimen.  De ogen hebben een fel oranje kleur.  De oorpluimen zijn zwart en kunnen bewogen worden.  Toch zijn het niet de oren van de uil.  Die staan aan de zijkant van de kop.  De snavel is zwart en is vaak niet te zien tussen de vele dichte pluimen. 

De poten van de oehoe hebben forse klauwen die tot 4 centimeter lang kunnen zijn.  Hiermee kunnen ze ook grotere prooien aan.  Het zijn nachtdieren die ook overdag perfect kunnen zien.  Hij kan ze niet bewegen, maar draait hiervoor zijn kop volledig rond zijn nek.  Zo ziet hij dieren vanuit alle hoeken.  En de uilen zijn niet kieskeurig.  Ze nemen alles wat ze maar kunnen vangen.  Eksters, kraaien, kauwen, gaaien, duiven, andere uilen, muizen, ratten, hazen, egels, konijnen, fazanten, marters en zelfs jonge vossen staan op zijn menu. 

Er is slechts één vijand en dat is de mens.  Vele vogels worden gevangen terwijl ze schuilen tussen de takken of gewoon zitten te slapen.  Door urenlang stil te zitten, vangen ze ook makkelijk eens een grotere prooi als die passeert.  De prooien worden in de nek gebeten en dadelijk gepluimd.  Egels worden zachtjes gepeld zodat alle stekels eruit zijn.  Jonge vossen worden makkelijk mee de lucht in gesleurd naar een rustige plaats.  Daar wordt de vos dan verder geplukt.   Als er weinig eten te vinden is, durven ze wel eens aas van herten eten. 

 

 

In de herfst gaan de mannetjes op zoek naar een vrouwtje.  Met veel lawaai wordt de keel open gezet en komen de oorpluimpjes recht te staan.  Het mannetje brengt af en toe een hapje voor zijn vrouwtje als bewijs voor zijn liefde.  Ook sierlijk en stoer door de lucht vliegen hoort daarbij.  Als het vrouwtje akkoord gaat, wijst het mannetje een goede broedplaats aan.  Meestal zijn dat uitstekende rotsen, boomtoppen of hoge palen. 

In de lente worden dan 2 tot 4 eieren gelegd.  De vrouwtjes broeden en worden door de mannetjes gevoerd.  Soms gaat ook zij op jacht.  Na 34 dagen worden de jongen geboren.  De kuikens zijn dan donzig wit en grijs.  Na 30 dagen verlaten ze al het nest en springen, klimmen en klauteren op en af.  In de komende herfst zijn ze klaar om uit te vliegen en verlaten ze definitief het nest. 

Je vindt de oehoes in bossen en open vlakten over heel Europa tot aan Rusland en het noorden van Afrika.  In de Ardennen zie je ze in steengroeves broeden.

foto's : softeis, petra karstedt, arpingstone, andré karwath

andere soorten oehoes :

  • blakiston visuil
  • oehoe
  • Kaapse oehoe
  • vale oehoe