Het bokje is een soort steltloper uit de familie van de strandlopers en de snippen.  Het is de kleinste snip die bij ons voorkomt en wordt 18 tot 21 centimeter groot.  Ze hebben een korte snavel maar zijn dikker dan de watersnip.  Over de rug lopen 4 lichte brede strepen die bij de watersnip veel dunner zijn.  Door deze strepen kan het bokje zich goed verstoppen voor vijanden.  De kruin is donker en heeft ook lichte streepjes. 

De vogels zijn vooral tijdens de vooravond op zoek naar voedsel.  Overdag houden ze zich stil op een schuilplaats.  Als het vliegt, doen ze dat laag over de grond.  Vaak blijft hij in zijn schuilplaats zitten als mensen op enkele meters passeren.  Hij wordt dan meestal niet gezien.  Broeden doen ze in het noorden van Rusland en ScandinaviŽ.  Bij ons zijn het vooral vogels die doortrekken of komen overwinteren als het in Rusland te koud is.  Daarom zal je deze vogels bij ons eerder in de winter kunnen zien.  Je ziet ze op de heide, moerassen en drassige graslanden.