De renvogel is een steltloper uit de familie van de renvogels.  Ze worden ongeveer 23 centimeter groot en zijn vrij slank.  Ze lopen rechtop en hebben vrij lange poten.  Hun veren zijn zandkleurig en aan hun ogen zit een zwarte oogstreep en een witte wenkbrauwstreep.  De vogels komen voor in Noord-Afrika, Canarische eilanden tot het Midden-Oosten.  Het zijn trekvogels die in de winter naar India en ArabiŽ trekken.  Zijn naam heeft hij gekregen omdat hij plots kan beginnen rennen en dan weer plots stilstaan.  Als er gevaar is, zal hij liever wegrennen dan weg vliegen.  Hij verstopt zich dan zodat hij niet opvalt tussen de rotsen en het zand. 

Bij ons komen ze eerder eens toevallig voor als ze verdwaald zijn bij het trekken.  Ze houden van droge plaatsen zoals steppen, duinen, halfwoestijnen en rotsen.  Soms zie je ze ook op droge weilanden waar ze op zoek gaan naar kevers, sprinkhanen, rupsen, mieren en spinnen.  Soms eten ze ook slakken en hagedissen.