De lammergier is een soort gier die behoort tot de familie van de sperwerachtigen.  We noemen hem ook wel de baardgier.  Ze kunnen heel lang door de lucht zweven zonder maar één keer met de vleugels te slaan.  Je herkent de vogels aan hun witte kop en de lange staart.  Ze worden tot 120 centimeter groot en de vleugels zijn tot bijna 3 meter breed als ze gespreid zijn.  De naam lammergier is lang geleden gegeven omdat mensen dachten dat de gier op kleine lammetjes jaagden of zelfs kinderen meenamen.  Daarom werd er op de gieren flink gejaagd en was hij bijna uitgestorven. 

Nu weten we dat de lammergier enkel botten en beenderen lust van dode dieren.  Om dat zijn snavel zo wijd open kan, kunnen er ferme botten in één keer door zijn keel zonder ze vooraf stuk te maken.  Als ze echt te groot zijn, dan vliegt hij ermee tot op een hoogte en laat ze op de rotsen kapot vallen.  In de open botten kan hij dan het merg makkelijk uithalen.  De veren op de borst van de gier zijn eigenlijk wit, maar de gieren smeren hun borstveren vaak in met rode klei. 

Bij ons komt de lammergier niet voor.  In de Pyreneeën en de Alpen komen enkele families gieren voor.  De meeste gieren zijn terug te vinden van Turkije tot China en op plaatsen in het oosten van Afrika.