De zwarte arend is een grote arend die voorkomt in het zuiden van Afrika van Soedan tot Zuid-Afrika.  Ondanks hun grootte kunnen ze prima vliegen en draaien in de lucht.  Hun veren zijn volledig zwart, maar ze hebben een witte V op hun rug tussen de veren.  Die is enkel maar te zien als de arenden neerzitten met de vleugels gesloten.  Als ze vliegen, is er een grote Y te zien.  De krachtige snavel is meestal grijs gekleurd.  De grote poten en de klauwen zijn zwart en ook geveerd tot aan de tenen. 

De vogels worden ongeveer 80 tot 90 centimeter groot, maar met de vleugels gespreid bereiken ze meer dan 2 meter.  Ze komen voor in rotsachtige streken en ravijnen soms tot meer dan 5000 meter.  De belangrijkste prooidieren zijn klipdassen, maar ook kleine antilopen, hazen, konijnen, apen, vogels en schildpadden.  Verder zijn het ook opruimers en eten ze aas.  De prooien worden langs achter verrast. 

Ze leven in paren of alleen en maken nesten van takken en twijgen tot 2 meter breed.  De nesten worden gebouwd op rotsen of hoog in bomen.  Hierin leggen ze tot 2 eieren die na 45 dagen worden uitgebroed.  Het jong dat laatst uit het ei komt, wordt vaak gedood door de ouders om het oudste alle kansen tot overleven te geven.  De soort wordt geraamd op ongeveer 10 duizend vogels en zijn waarschijnlijk niet echt bedreigd.