harpij

soort

                                      de harpij
start  >  vogels  >  roofvogels  >  sperwerachtigen  >  arenden  >  harpij                          harpy eagle - harpia harpyja - american harpy eagle     

 

 

De harpij is een roofvogel die behoort tot de arenden.  Het is een van de grootste arenden ter wereld.  Het verenkleed van de harpij is donkergrijs, enkel de kop en de buik zijn wat lichter.  Ze hebben een kuif van lange veren op de bovenkant van de kop, die opgezet kan worden.  Hij heeft korte, maar zeer sterke poten met lange, kromme nagels.  Zijn vleugels zijn breed maar niet zo lang.  Zo kan hij gemakkelijk in bossen jagen.  De vrouwtjes zijn veel groter dan de mannetjes.  Ze wonen in het regenwoud van Zuid-Amerika.    

 

 

Allerlei middelgrote dieren, zoals apen, luiaards, stekelvarkens, kleine beren, toekans, papegaaien, leguanen en slangen vormen het voedsel van de harpij.  De sterke poten en klauwen zijn prima om deze dieren uit de bomen te grijpen.  Hun klauwen doden bijna direct de prooi.  Hij pakt ze meestal uit de boomkruinen, waarbij hij zich recht door de bovenste takken laat vallen.  Vaak zit hij op een uitstekende tak te kijken naar een prooi.  Wanneer de prooi gegrepen is, neemt de harpij hem mee door de lucht naar een brede tak of nest om hem op te eten.  Grotere prooien zoals luiaarden of grote apen worden al voor een stuk in de boom opgegeten.  Wanneer hij op apen jaagt, heeft de harpij niet zo veel geluk omdat veel apen in groepen leven en elkaar roepen bij gevaar.

  

 

Harpijen blijven gans hun leven bij elkaar.  Hun nest zit in de allerhoogste bomen soms tot 60 meter hoog.  Het is vaak een rommel van takken bijeen.  Ze brengen één jong per jaar groot.  De jongen worden na het uitkomen tien maanden of zelfs meer gevoerd door de ouders.  Door het vele kappen van de hoge bomen in het woud kan deze vogel bijna geen nest meer maken.  Ook omdat hij maar één ei per jaar legt duurt het een tijdje eer de harpij groot is geworden.

foto's : birdphotos.com, gnu free, eduardo merille, michael schamis