De kalkoengier wordt ook wel de roodkopgier genoemd.  Het is een gierensoort die voorkomt in gans Amerika en is dichte familie met de geelkopgier.  Ze worden tot 80 centimeter groot en zijn tot 180 centimeter breed als de vleugels gespreid zijn.  De veren zijn zwart tot grijsbruin en hun kop is opvallend rood.  Die kop doet wat denken aan de kop van een kalkoen en heeft rode kwabben. 

Kalkoengieren kunnen 12 tot 17 jaar oud worden en komen voor in bossen, graslanden en vliegen zelfs over steden.  Ze komen samen met de zwarte gier veel voor in Amerika.  Het zijn echte opruimers en leven van vissen die aanspoelen, dode en rottende dieren maar ook van fruit.  Langs de weg ruimen ze dode dieren op.  Maar ook eieren en kleinere dieren zoals hagedissen vinden ze lekker. 

De vogels leven in grote groepen van wel 30 dieren.  als er genoeg prooi te vinden is, leven ze soms samen met zwarte gieren.  Het zijn knappe vliegers en zwevers omdat ze vrij licht zijn.  Ze vinden hun prooi met hun scherpe ogen, maar ook met hun scherpe geur.  Hun nest is een holte in een boom of in een rots.  Soms maken ze ook hun nest op een gebouw.  Dat nest wordt gebouwd met takjes, stukjes huid van dode dieren en ook veren.  Ze maken het stevig door het met droge mest te bekleden.  De vrouwtjes leggen dan tot 3 eitjes die beide ouders uitbroeden.  De jongen worden door de ouders gevoed door eten uit te braken.