roze pelikaan

soort

                                          de roze pelikaan
start  >  vogels  >  roeipotigen  >   pelikanen  >  roze pelikaan                    great white pelican - eastern white pelican - rosy pelican - white pelican - pelecanus onocrotalus

 

  

De roze pelikaan is een soort pelikaan die voorkomt in het zuidoosten van Europa, Afrika en het midden van AziŽ.  Ze hebben witte veren met een roze schijn die vooral tijdens de broedtijd opvalt.  Hun borst is gelig van kleur en de slagpennen van het mannetje zijn zwart.  Die vallen enkel op bij het vliegen.  jonge vogels zijn eerder bruin met grijs.  Aan het einde van bovensnavel zit een scherpe haak.  Ze hebben ook een kuif en een gele vlek op de hals.  De vogels worden ongeveer 140 tot 180 centimeter groot en 250 tot 350 centimeter breed met de vleugels geopend.  De snavel alleen al kan tot 45 centimeter lang worden. 

De vogels komen voor in moerassen en binnenzeeŽn waar ze op ondiepe plaatsen achter voedsel zoeken.  De vogels die in Europa leven zijn trekvogels en trekken in grote groepen naar Afrika in de herfst.  Soms vliegen er ook ooievaars of roofvogels mee.  In mei keren ze terug en leggen dan soms meer dan 5 duizend kilometer af.  Soms dwalen de dieren wel eens af en komen dan op de meren van Nederland terecht. 

De roze pelikaan leeft in grote groepen die we kolonies noemen.  Zie je een pelikaan alleen, dan is die waarschijnlijk ziek of verdwaald.  In Afrika leven ze samen met de maraboes, aalscholvers en flamingo's.  De oudste dieren krijgen meestal de beste hapjes.  Ruzie wordt er bijna niet gemaakt binnen de groep.  Als dit toch gebeurt dan kan de keelzak wel eens verwond raken door de scherpe punt aan de snavel.  slapen doen ze langs de oever of in bomen als er gevaar zou zijn.  Echte vijanden hebben ze niet, behalve de mens.  Jonge vogels worden soms gegrepen door arenden of andere grote roofvogels. 

 

foto's : raoul 654, mtcv, rui ornelas, creative commons

Bij het paren kunnen de mannetjes pronken tegenover elkaar.  Als het klikt kiest het vrouwtje de beste broedplaats.  Dat is vaak tussen het riet, op moddereilandjes of op ondiepe meertjes.  Het vrouwtje krabt de plaats vrij, waarna het mannetje op zoek gaat naar takjes om het nest op te bouwen.  Maar het is het vrouwtje die het nest bouwt.  Daarin worden 1 tot 3 eieren gelegd die door beide ouders wordt uitgebroed.  Na ongeveer 30 dagen komen de jongen uit het ei.  Ze leven van de brij van vis die in de keelzak van de moeder zit.  Na 3 tot 4 weken worden alle jongen samen opgepast zodat de ouders nu zelf voor hun eigen voedsel kunnen gaan zoeken.  Ze leven van karper, brasem, snoek en baars. 

Alle prooien worden van op het water opgevist.  Duiken kunnen ze niet, want daar zijn ze te licht voor.  De vissen worden met de puntige snavel geprikt, in de lucht gegooid en zo opgevangen.  Deze soort behoort tot de zwaarst vliegende vogels.  Ze moeten steeds een aanloop maken om te kunnen opstijgen.  Landen doen ze meestal op het water, waarbij ze hun staart en vleugels gebruiken om te remmen.  door het wegkappen van rietvelden, gaat het minder goed met deze soort.