De reuzenooievaar of ook wel jabiroe genoemd, is een soort ooievaar die voorkomt van Mexico tot aan het noorden van ArgentiniŽ.  Daar vind je ze in de omgeving van rivieren en moerassen.  De vreemde naam komt van een Zuid-Amerikaanse taal en betekent 'gezwollen nek'.  Ze worden ongeveer 150 centimeter groot en behoren tot de grootste vogels.  De vleugels hebben een spanwijdte van 230 tot 280 centimeter groot.  Hun brede snavel is zwart en licht naar boven gebogen.  De veren zijn wit maar de hals en de kop zijn zwart gekleurd. 

De keel heeft een rode rekbare zak aan de onderkant.  Ze voeden zich met weekdieren, reptielen, kleine zoogdieren en vissen.  Als er branden op de savannes uitbreken, zijn ze er als de kippen bij om opgejaagde dieren te vangen.  Hun nest bouwen ze in hoge bomen en wordt elk jaar wat verstevigd en bijgebouwd.  Soms kunnen die een breedte tot 3 meter hebben.  Hierin leggen ze 2 tot 5 eieren die door beide ouders worden uitgebroed.