De bisschopsooievaar is een soort ooievaar die zijn naam kreeg omdat de kleur van het verenkleed doet denken aan de kleren van priesters en bisschoppen.  Het is een vaak voorkomende soort die niet bedreigd is.  Ze worden tot 85 centimeter groot.  Hun veren zijn zwart, maar de nek en onderbuik is wit van kleur.  De bovenste veren hebben een donkergroene schijn.  Ook de snavel is zwart en de lange poten zijn rood.  Mannetjes en vrouwtjes hebben dezelfde kleuren. 

Deze soort komt voor in Afrika en AziŽ van India tot IndonesiŽ.  Er bestaan enkele ondersoorten die op kleine of grote eilanden leven.  Daar kiezen ze vooral voor drassige landen met bomen waartussen ze vissen, amfibieŽn, reptielen en insecten kunnen vangen.  In hun erg groot nest hoog in een boom leggen ze 2 tot 5 eieren.