De kuifkoekoek behoort tot de familie van de koekoeken.  Hij komt voor in Europa en behoort tot de grootste koekoeken hier.  Hij heeft grijsbruine veren met witte vlekken en een witte buik.  Zijn kop is bovenaan grijs en heeft een kleine kuif.  De staart is vrij lang en de vleugels breed.  De vogels worden tot 40 centimeter groot.  Ze leven van harige rupsen, sprinkhanen en kleine hagedissen.  Die rupsen worden niet zomaar opgegeten, maar eerst worden alle haartjes eruit getrokken. 

Zoals vele koekoeken legt ook deze soort zijn eieren in het nest van een andere vogel, meestal kraaiachtigen zoals eksters of kraaien, maar ook spreeuwachtigen.  Toch groeien de kuikens samen op met de andere kuikens van het vreemde nest.  Zij gooien de andere kuikens er niet uit zoals vele koekoeken dat doen.  Maar ze groeien wel sneller en krijgen dan ook het meeste voedsel.  Na een week hebben ze al de helft van hun gewicht bereikt.  In totaal legt de moeder  zo'n 25 eieren in vele verschillende nesten. 

De vogels komen voor op plaatsen met struiken en boomgroepen.  Je vindt ze in Noord-Afrika, Midden-AziŽ en in het zuiden van Europa.  In de winter trekken ze naar warmere plaatsen om te overwinteren.  In Europa broeden ze, en als het te koud wordt trekken ze naar Afrika.  Soms zie je bij ons ook kuifkoekoeken, maar dat zijn vogels die ofwel verdwaald zijn of op doortocht.  Omdat ze op vele plaatsen voorkomen, gaat het vrij goed met de soort.