gewone koekoek

soort

                                     de gewone koekoek
start  >  vogels  >  koekoeksvogels  >  koekoeken  >  gewone koekoek                      Common Cuckoo - Cuculus canorus - European Cuckoo

 

  

De gewone koekoek behoort tot de familie van de koekoeken en komt over de hele wereld voor.  De vrouwtjes leggen hun eieren in de nesten van andere vogels.  We noemen dat broedparasieten.  De ouders van de andere kuikens zorgen mee voor de koekoekskuikens.  De naam van deze vogel komt van het geluid dat ze maken.  Het zijn smalle vogels met spitse vleugels en een lange staart.  Ze worden 26 tot 30 centimeter groot net als een duif.  Als ze vliegen, lijken ze wat op een sperwer.  Ze zitten vaak op masten en draden en vallen op omdat ze hun vleugels wat laten hangen met hun staart naar boven gericht. 

De kuikens en jonge vogels hebben gele poten en een gestreepte buik zoals een sperwer.  Het verenkleed van jonge dieren is lichtgrijs met bruinige vlekken.  Volwassen mannetjes zijn blauwgrijs van kleur met een lange staart met een traptekening op.  Het geluid dat ze maken wordt door de mannetjes gebruikt om te tonen dat geen andere mannetjes dichterbij moeten komen.  Meestal gebeurt dat van op een hoge tak.  De koekoeken komen voor van het westen van Europa tot Noord-Afrika verder tot Japan.  Ze houden van open landschappen waar ze regelmatig kunnen neerstrijken op hoge bomen.  Maar ze komen ook voor in halfwoestijnen, naaldbossen en struiken, en in steden en parken. 

  

http://a4.pbase.com/g4/50/882950/2/135403449.k6ZO9qxd.jpg

 

Bij ons is het een vaak voorkomende vogel in de zomer.  In de winter leggen ze grote afstanden af om te overwinteren in Afrika.  Omdat meer en meer vogels vroeger aan hun nest beginnen bouwen, krijgen de volwassen koekoeken het moeilijker om op tijd een nest te vinden voor hun jongen.  Vaak komen ze te laat om hun eieren er nog bij te leggen.  Daarom is de koekoek licht bedreigd.  Toch komen ze nog in hel grote groepen voor. 

De vogels leven van insecten zoals vlinders, rupsen, kevers, oorwormen, sprinkhanen en libellen.  Maar ook kleine vogeleitjes en reptielen vinden ze lekker.  Als ze hun eieren gaan leggen, kiezen ze vaak nesten van de kleine karekiet, de heggenmus, de graspieper, de kwikstaart, de rietzanger en de tuinfluiter.  In totaal kiezen ze nesten van wel meer dan 100 vogels uit.  Ze kiezen nesten waar hun ei goed bij past van kleur en grootte.  Het mannetje lokt de vogels uit hun nest zodat het vrouwtje vlug haar ei kan gaan leggen.  Als ze de tijd heeft, steelt ze een ander ei en neemt het mee in haar snavel.  Haar eieren hebben maar 12 dagen nodig om uit te komen.  Als de jongen uitkomen, zullen ze de andere kuikens uit het nest stampen.  Vaak wordt iedereen eruit gewipt zodat zij alleen nog over blijven.  Zelf houdt hij zich stevig vast met zijn klauwtjes aan de nestrand.  Het enige jong zal ook flink wat groter worden dan zijn nieuwe ouders en dat geeft soms een gek beeld. 

foto's : jean hall,