De grauwe gans is in onze streken een veel voorkomende ganzensoort.  Waarschijnlijk wel de meest voorkomende gans.  Ze hebben grijze veren met roze poten.  Op de veren van de buik zitten zwarte vlekjes.  Niet alle grauwe ganzen trekken naar het zuiden om te overwinteren.  Sommige vogels trekken weg, sommige vogels blijven als ze het niet al te koud vinden.  Ze worden 75 tot 90 centimeter groot. 

Als de dieren ruien, kunnen ze niet vliegen.  Dan zoeken ze bescherming in de rietvelden.  De gans die we tam hebben gemaakt en vaak op kinderboerderijen zien, is eigenlijk een soort grauwe gans.   Ze worden gehouden als siervogels of om hun vlees.  100 jaar geleden broedden de ganzen niet meer in onze streken.  Tot ze stap voor stap terug zijn ingevoerd.  Vandaag de dag broeden en overwinteren er weer veel grauwe ganzen.  De overwinterde ganzen zijn met ongeveer 500 duizend.