De dwerggans is een soort gans die nog maar weinig voorkomt en dus op de rode lijst van bedreigde vogelsoorten staat.  De vogels lijken sterk op de kolgans maar hebben een rondere kop en zijn wat dikker ook.  Rond de ogen zit een gele ring en de snavel is opvallend roze.  Ze worden 50 tot 65 centimeter groot en komen voor langs meren en moerassen op de toendra in het hoge noorden.  Daar leven ze van gras en zaden. 

Hun nest is een uitgegraven hol waarin ze 5 witte eieren leggen.  Er bestaan verschillende groepen dwergganzen in ScandinaviŽ en Rusland, in SiberiŽ en in het Poetoranagebergte.  Tijdens de winter zoeken ze allemaal verschillende landen uit om te overwinteren.  Door de jacht en de opwarming van de Aarde worden de broedplaatsen verstoord. 

Stilaan worden er meer dwergganzen in onze streken gezien tijdens de winter.