De brandgans is een soort gans die ongeveer 60 centimeter groot wordt.  Hun kop is geelachtig wit van kleur met een zwarte achterkant die over de borst loopt.  Ze hebben witte wangen die fel afsteken tegen de zwarte kleur.  Je vindt ze over het noorden van de Atlantische Oceaan van Groenland tot Rusland.  In de zomer broeden deze ganzen in het hoge Noorden zodat ze bijna de ganse dag licht hebben.  Zo kunnen ze hun eieren goed bewaken.  Poolvossen liggen op de loer, maar worden door de ganzen vlug opgemerkt. 

Tijdens de winter als het daar ijskoud wordt, trekken de brandganzen meer naar het zuiden naar Schotland, Duitsland en Nederland.  Als het ook daar te koud is, trekken ze door naar BelgiŽ en Frankrijk.  Het gebeurt dat grote groepen brandganzen gewoon rond Nederland en Duitsland blijven en niet meer naar het hoge Noorden terug gaan.  Ze vinden genoeg voedsel op de grote graslanden.  Maar ze houden ook van mossen, zeegras en allerlei zaden.  Dat eten gebeurt de ganse dag door tot de avond valt.  Wanneer het in het noorden niet meer helemaal donker wordt, eten ze gewoon de ganse tijd verder.  zo eten ze hun buikje lekker vet voor de strenge wintermaanden. 

Deze vogels bouwen hun nesten ongeveer een of twee meters van elkaar.  Daarin leggen ze tot 7 eieren die grijs-wit van kleur zijn en ongeveer 25 dagen worden uitgebroed.  Na het uitvliegen gaan de jongen zich verspreiden in meerdere families.  Bij ons kan je brandganzen ook houden als siervogels op je vijver.  Maar je moet dan wel een grote zwemvijver hebben en een plaats waar ze lekker gras kunnen eten.  Je kan ze gerust wat extra vogelvoer geven.