De cambellalbatros is een middelgrote zeevogel uit de familie van de albatrossen die enkel voorkomen op de Cambelleilanden een kleine eilandengroep bij Nieuw-Zeeland in de Stille Zuidzee.  Opvallend bij deze soort is de maagolie die ze aanmaken en gebruikt wordt tegen roofdieren.  Het is tevens een belangrijke energiebron voor als ze lange vluchten moeten afleggen.  Doordat ze ook geregeld zout water binnen krijgen hebben de albatrossen boven hun neus een zoutklier die het zout afdrijft. 

De vogels worden 28 centimeter groot en hebben een witte kop, nek en staart.  Bovenaan zijn ze zwart op de rug en de staart, maar onderaan wit met brede zwarte randen.  Rond het oog zit een zwarte driehoek en de iris is lichtgeel van kleur.  

Deze albatrossen kunnen een hoge leeftijd bereiken, wel tot boven de 50 jaar.  Hun aantal wordt geschat op 50000 paartjes, maar de soort is toch licht bedreigd.  Schapen, ratten en katten die op het eiland leefden zijn in de jaren negentig volledig uitgeroeid, zodat ze geen bedreiging meer vormden voor de eieren en de kuikens van de albatrossen. 

Hun nesten maken ze op de steile rotsen en hellingen.  Daarin wordt één enkel ei gelegd.  Ze voeden zich met vissen, inktvissen, schaaldieren en aas.