Kieuwspleetalen zijn een orde van vissen die goed op palingen lijken maar stekelige stralen hebben.  Daardoor behoren ze tot de stekelvinnigen.  Ze worden 20 tot 150 centimeter lang.  De kieuwen zitten aan de borst en zijn niet echt groot.  Ze hebben dan ook een aparte manier van ademen langs hun keel en kunnen zelfs ademen door lucht te happen aan het wateroppervlak.  De vinnen zitten achteraan aan de punt van hun staart.  De borstvinnen zitten op de nek en zijn erg klein.  Ze hebben geen schubben en geen zwemblaas. 

Deze alen leven kleine diertjes op de zeebodem en van larven en visjes.  Je vindt deze vissen in Amerika, AziŽ en AustraliŽ.  Daar vind je ze in moerassen, grotten en troebel water.  Soms gebeurt het dat ze stukken over het land naar een andere plas trekken.  Zo kunnen ze zelfs een tijdje uit het water leven.  Mannetjes herken je door hun bult op de kop.  De vrouwtjes leggen per keer 40 bolle eitjes. 

Er bestaan ongeveer 65 soorten waarvan er toch enkele van bedreigd zijn.