De zanddollars zijn zee-egels die behoren tot de grote groep van de stekelhuidigen.  Ze hebben een plat skelet en leven op de zeebodem.  Alleen de jonge dieren kunnen vrij rond zwemmen.  De dieren hebben 5 rijen buisjes die worden gebruikt om zeewater door te stromen.  Zo kunnen de dieren zich ook bewegen.  Het dier heeft een skelet met stekels er rond.  Daarop staan vele kleine trilhaartjes.  De arm of de pootjes brengen het voedsel naar de groefjes onderaan waar het voedsel wordt opgenomen.  Een echte mond kan je het niet noemen. 

Het voedsel is vooral plankton en kleine deeltjes tussen het zand.  Je vindt ze vaak in laag water met een zanderige bodem.  Met de stekels onderaan kunnen ze langzaam over het zand kruipen of een holletje en tunneltje maken.  De dieren komen in grote groepen voor op de bodem van de oceaan.  Daar is meer zand en minder rotsen waar de zanddollars makkelijk over kunnen glijden.  Om te paren worden de zaadjes in het water losgelaten.  Dan vormen er zich larven die vele keren groeien en stilaan een skelet vormen.  Daarna is het zwemmen voorbij en worden ze te zwaar.  Ze zakken dan naar de bodem van de oceaan. 

De naam zanddollar komt natuurlijk van de vorm van het dier.  Dat lijkt goed op een muntstuk.  We noemen ze ook wel zeemuntjes.  als de dieren sterven laten ze enkel hun skelet achter.  Door de golven breken ze in stukjes en spoelt er niet veel meer aan.