Manteldieren zijn een onderstam van de gewervelde dieren en leven in de zee.  Samen met de schedellozen en de gewervelden vormen ze één dierengroep.  Ze lijken wat op zeeanemonen door zich met een voet op een rots vast te zetten.  De dieren zijn zakvormig met een laag er rond.  Terwijl zeeanemonen één opening hebben, hebben de manteldieren twee openingen waar water in en uit stroomt.  Het water wordt door het lijf gepompt.  Ze hebben een maag, een hart en een darm.  Er bestaan tot bijna 3 duizend soorten manteldieren die in groep of alleen leven.  Ongeveer 13 soorten leven aan onze zee. 

Door de ene opening wordt water naar binnen gezogen.  Daar zitten kieuwen die alle voedseldeeltjes uit het water filteren.  Dan komen die deeltjes in de darm, terwijl het overige water lang het hart terug naar buiten wordt gepompt.