De boa wordt ook de reuzenslang genoemd en is een wurgslang.  Ook de anaconda is familie van haar.  Ze kunnen wel 7 meter lang worden.  Ze zijn niet giftig, maar vangen hun prooi door heel snel te grijpen met de bek.  Als de prooi te groot is, dan wringt de boa zich er helemaal rond zodat het dier niet meer wegkan.  Eerst wordt de kop van het dier naar binnen gewerkt. 

Boa’s leggen geen eieren, zoals de meeste andere slangen, maar de jongen worden levend geboren.  Eigenlijk doorprikken ze de eischaal nog voor ze uit het moederlichaam komen.  De eieren blijven dus in de buik van de moeder zitten.  Het zijn de grootste slangen die er bestaan.  Ze zijn ook vaak heel dik en leven in de bomen, op de grond, maar altijd in de buurt van water.  Het liefst eten ze kleine knaagdieren.

Vrouwtjes kunnen tot 50 jongen ter wereld brengen.  Een mannetje en vrouwtje zijn niet goed uit elkaar te houden.