ratelslang

soort

                                       de gewone ratelslang
start  >  reptielen  >  schubreptielen  >  slangen   adders  groefkopadders  >  ratelslang          Crotalus horridus - timber rattlesnake, canebrake rattlesnake or banded rattlesnake

    

 

De ratelslang is een slang die familie is van de adder.  Er zijn meerdere soorten ratelslangen.  De gewone ratelslang of de bosratelslang heeft een bruine tot lichtgrijze kleur met donkere vlekken op de rug in de vorm van een V.   De kop is zeer breed en driehoekig.  Alle ratelslangen hebben een ratel aan de staart.  Deze soort heeft 8 schubben op het eind met schijfjes die ratelen als ze worden geschud.  Hierdoor worden ze bij iedere vervelling groter.  Bij jonge dieren is de ratel veel korter en telt maar enkele ratelschijfjes. 

Deze slang is zeer giftig en een mens sterft er onmiddellijk door.  In streken waar hij veel voorkomt, worden er dikwijls mensen gebeten door een ratelslang.  Dat komt omdat de slang zeer vlug is.  Hij valt liever aan dan dat hij vlucht.  Hij komt vooral voor in Amerika en Canada.  Het liefst lust hij kleine zoogdieren, vogels en kikkers.   Het is een goede zwemmer en leeft graag bij rotsen met struiken en in de buurt van beekjes. 

 

 

Als hij zelf in gevaar is, laat hij zijn ratel luid horen.  Het zijn harde schubben die heel hard beginnen te trillen.  De volwassen mannetjes amuseren zich met gevechten.  In de winter leeft deze slang in groepen op schuilplaatsen en in de lente komt hij te voorschijn.  In de lente en de herfst jagen ze in de dag, maar in de hitte tijdens de zomer jagen ze tijdens de nacht.  Ze eten maar om de twee tot drie weken en kunnen dus lang zonder eten.     

Hij kan zelfs in het donker een prooi najagen.  Dat doet hij door de warmte van zijn prooi te voelen.  Tussen zijn ogen en neusgaten zit iets wat deze warmte kan voelen.  De slang spuit gif in zijn prooi en wacht tot die dood is.  Het gif gaat dadelijk in het bloed van de prooi.  

De mannetjes volgen de vrouwtjes door de geur.  Ze paren vaak in de lente, vlak na het verlaten van het winterhol.  De vrouwtjes kunnen de zaadjes van het mannetje jaren bewaren in hun buik totdat ze vindt dat ze klaar is om jongen te krijgen.  De jongen worden levend geboren en komen in de buik van mama al uit het ei.  Ze verlaten hun moeder al na een paar uur en kunnen meteen een prooi doden.  Maar weinig kleintjes overleven de winter.  De grote vijand van deze slang is de mens.  Mensen hebben er schrik van en doden de ratelslangen dan maar.  Ze vergiftigen ze of knuppelen ze neer.

foto's : lts hears, edward woznaik,jonathunder, tim vickers