gewone bijtschildpad

soort

                                           de gewone bijtschildpad
start  >  reptielen   schildpadden  >  bijtschildpadden  >  gewone bijtschildpad                                                                   common snapping turtle - Chelydra serpentina

 

  

De bijtschildpad is een soort schildpad uit de familie van de bijtschildpadden.  Ze worden ook de bijtchelydra genoemd en hebben een schild dat ongeveer 50 centimeter lang wordt, maar in totaal tot een meter groot kan worden.  Ze behoren hiermee tot de grootste zoetwaterschildpadden en komen voor in Noord- en Zuid-Amerika.  Het grootste deel van de tijd zitten ze in het water.  Alleen om te paren en de eieren af te zetten, komen ze op het land.  Ze eten bijna alles van waterdieren, planten, aas en soms wel eens grotere dieren als ze de kans krijgen.  Je komt er best niet te dicht bij, want ze kunnen je flink bijten.  In het water kunnen ze makkelijk je tenen of je vingers afbijten.  De nek is lang en slangachtig en wordt bij rust ingetrokken. 

De dieren kunnen ook in andere landen overleven, maar hebben het moeilijk om eieren te leggen.  Zo komen ze ook wel eens bij ons voor.  Dat zijn dan vooral dieren die zijn vrijgelaten door mensen die ze niet meer hoeven omdat ze te groot geworden zijn.  Ze hebben korte poten, een lange staart en een sterk gebouwd schild.  De kop valt op omdat hij zo groot is en net als de poten niet kan worden ingetrokken.  De rand van de bek is hoornig en erg scherp en lijkt wat op een snavel.  Onder de kop zitten twee baarddraden zoals die bij sommige vissen ook te zien zijn. 

Het schild is bruin tot bijna zwart van kleur.  Soms groeien er algen op zodat de kleur eerder groen wordt.  De voorpoten hebben ook grote klauwen met zwemvliezen.  Ze dienen om vlot te bewegen in het water en bij het paren de vrouwtjes goed vast te kunnen pakken.  Je vindt ze langs de waterkant in ondiep water waar ze makkelijk op het land kunnen kruipen.  Echt zwemmen doen ze niet echt, maar ze kruipen vaak op de bodem van het water.  Modder en veel waterplanten vinden ze best leuk. 

 

 

Het paren lijkt meer op een gevecht waarbij de mannetjes flink kunnen bijten in de nek en de kop.  De eieren worden begraven in een ondiep holletje in het zand.  Er komen een tiental eieren per jaar uit.  De kleintjes zijn ongeveer 2 tot 3 centimeter groot en lijken bovenaan gezien op een afgevallen blad.  Zo vallen ze minder op voor hun vijanden.  Ze worden 40 tot 70 jaar oud. 

Ze eten alles wat in hun bek past.  Ze leven van slakken, wormen, rivierkreeften, insecten, garnalen, kikkers, vissen, salamanders en kleine reptielen.  Maar ook kleinere schildpadden en slangen lusten ze wel.  Eerst wordt dadelijk de kop afgebeten.  Oudere schildpadden liggen gewoon op de loer en laten prooien tot bij hen passeren.  Zelf zijn ze kwetsbaar als ze pas uit het ei komen.  Nesten worden leeg geroofd door nertsen, vossen, stinkdieren, ratten en wasberen.  Daarom gebeurt het wel eens dat de bijtschildpad haar eieren in de buurt van een krokodillennest legt.  Zo durven de vijanden niet al te dichtbij komen. 

De Indianen gebruikten vroeger de schild van de schildpad om muziekinstrumenten van te maken.  Het vlees werd in potjes gestoofd en lijkt wat op kippenvlees. 

foto's : sattler, ryan photo, ontley, topshelf81