De Cuviers gladvoorhoofdkaaiman is een soort kaaiman die ook nog de Cuviers dwergkaaiman of de wenkbrauwkaaiman wordt genoemd.  Ze behoren tot de kleinste van alle krokodilachtigen en worden niet groter dan 150 centimeter.  De kop is vrij stomp met een opvallend hoge rug.  Je vindt deze soort in het noorden van Zuid-Amerika waar ze leven in bossen en in kleine rivieren.  In grote rivieren zal je ze niet zien, want daar vallen ze ten prooi aan grotere krokodilsoorten. 

Door de verbeende platen boven de ogen kregen ze de naam van wenkbrauwkaaiman.  De ogen zijn groot en de kop lijkt op een hondenkop.  Het stevige pantser danken ze aan de rotsachtige rivieren waarin ze zwemmen. Hierin moeten ze tegen een stootje kunnen.  Maar de naam van Cuvier komt van hun ontdekker Georges Cuvier die 200 jaar geleden de dieren ontdekte. 

Tot hun voedsel horen insecten en amfibieŽn, maar ook vogels, reptielen en kleine zoogdieren.  Het is een soort die het erg goed doet in het wild.  Hun aantal wordt geschat op meer dan een miljoen dieren.  Ze leven vooral 's nachts en meer alleen dan in groep.  Oudere dieren jagen vaker op vis.  Met hun kromme tanden kraken ze ook makkelijk kreeftachtigen. 

Het nest wordt boven de grond gemaakt met tot 25 eieren in.  De jongen die worden geboren laten de slijmlaag waaruit ze komen, eerst opdrogen.  Het beschermt hen tegen de groei van algen op hun pantser.  De jongen zijn licht gevlekt terwijl oudere dieren donker tot zwart gekleurd kunnen zijn.