Steenkoralen worden ook rifkoralen genoemd.  Het zijn kleine poliepen die samen één grote kolonie vormen.  Aan de buitenkant hebben ze een hard skelet van kalk.  Er wordt voortdurend verder gebouwd met nieuwe koraaldiertjes.  Zij planten zich voort door kleine rond zwemmende larven.  Die zetten zich vast op iets hard met hun mond naar boven gericht.  De larve groeit stilaan uit tot een klein diertje dat op een anemoon lijkt.  Met allerlei buisjes van kalk bouwen de diertjes verder en worden een steeds grotere groep.  Toch gaat het vrij langzaam en groeit het koraal zo'n 5 tot 10 centimeter per jaar.  De vormen zijn sterk verschillend.  Sommige groeien plat uit en andere groeien meer rond uit of met vele vertakkingen. 

Op de mond zitten een aantal tentakels.  Meestal zes of twaalf stuks.  Met zijn tentakels halen ze plankton uit het water.  Ze kunnen zich terugtrekken in kelken als er gevaar dreigt.  Er zijn vissen en zeesterren die poliepen eten.   Om genoeg te kunnen eten hebben de steenkoralen stroming in het water nodig.  Alles wat voorbij drijft en eetbaar is, wordt gevangen met de tentakels.  Het blijft plakken aan kleverige trilhaartjes en wordt naar de mond gebracht.  Meestal gebeurt dat in de nacht als het plankton naar het wateroppervlak komt.  Overdag lijkt het koraal dood en kaal.