mieren

familie

                       de mieren

start  >  insecten  >  vliesvleugeligen  >  mieren                                                                                                ants - formicidae

 

De mier is een insect dat leeft onder de grond.  Mieren leven in een kolonie of nest, net als de bij, de hommel en de wesp.  De mierenkoningin en de mannetjes hebben vleugels, alle andere mieren niet.  Ze zijn meestal bruin tot zwart van kleur, sommige zijn geel, rood of zelfs groen.  Ze hebben zes pootjes met aan elke poot klauwtjes en twee haakvormige stekeltjes.  Aan de twee voorpoten zitten kammen.  Ze hebben ook twee lange antennes en een lichaam dat uit verschillende delen bestaat : de kop, het borststuk en het achterlijf.

De mier leeft onder de grond, vaak onder stenen en houtblokken.  Sommige, zoals de bosmier, maken een groot nest dat boven de grond uitsteekt.  Mieren zijn alleseters en leven van fruit en dode dieren zoals insecten, maar ze zijn ook dol op zoetigheid zoals snoep. Sommige mieren verzamelen bladeren om zo paddenstoelen te kweken in het nest, die de mieren dan opeten.  Er zijn ook mieren die luizen beschermen en voedsel geven.  Wat de luizen nalaten is zeer zoet en mieren zijn hier dol op.  Dit wordt honingdauw genoemd.

enkele van de vele soorten mieren :

                                                                                 enkele van de 50 soorten in ons land

 

 

De mierenkoningin is de baas in het nest van de mieren.  Ze is de enige die eitjes kan leggen.  Als een eitje uitkomt, komt de larve tevoorschijn.  Deze wordt vertroeteld door de volwassen mieren, tot de larve verpopt.  Uit de pop kruipt de volwassen mier.  Dat zijn meestal vrouwtjes.  De mannetjes verschijnen slechts één keer per jaar.  Ze paren met de koningin en sterven kort daarna.  Deze mannetjes komen allemaal samen tevoorschijn en staan bekend als mierenvliegjes.  

Mieren hebben stevige kaken, waar sommige gemeen mee kunnen bijten.  Ze scheiden ook een speciaal zuur af, mierenzuur, dat een bijtend gevoel geeft.  De rode bosmier staat bekend om de pijnlijke beet, maar gevaarlijk is ze niet.  Sommige hebben net als bijen een angel en kunnen pijnlijk steken.  In ons land komen geen mieren voor met een angel.

Het zijn net padvinders.  Als ze lopen, laten ze geursporen na die door de andere mieren gevolgd worden.  Als er iets te eten ligt in het bos, kunnen de mieren zo onthouden waar het voedsel ligt.  Sommige mieren zoeken niet naar voedsel, maar stelen het voedsel van andere mieren uit het nest.  Deze mieren worden diefmieren genoemd.  Ze zijn heel klein en graven smalle tunneltjes.  Als ze voedsel gestolen hebben, rennen ze door de tunnels terug naar hun eigen nest.  De tunneltjes zijn te smal voor de gewone mieren, waardoor ze de diefmieren niet kunnen achtervolgen.

foto's : rhaentjens, m betley, richard bartz, april mobile

                                                                    wil je het rijk der insecten eens op een rijtje zien ?                          klik dan hier