De zadelsprinkhaan is een soort sprinkhaan uit de familie van de sabelsprinkhanen.  Hun naam kregen ze omdat ze een schild in de hals hebben dat lijkt op een zadel.  Achteraan is het verhoogd.  De voorvleugels zijn licht tot geel van kleur en zijn amper gevormd.  Het lijf is groen, geelachtig tot blauwgroen van kleur.  Aan de zijkanten van het lijf zit een witte streep.  Het achterlijf heeft wel 10 duidelijke rondingen.  Mannejes worden 25 tot 30 millimeter groot, terwijl vrouwtjes tussen 20 en 35 centimeter groot worden.  Zij worden herkend door de naar boven gebogen legboor. 

Je vindt ze terug in Europa van Frankrijk tot het zuiden.  Ook bij ons komen ze soms voor met veel minder.  Ze leven op droge plaatsen mat weinig bomen of struiken.  Je ziet ze dicht bij de grond of hoger in de struiken of bomen.  Ze eten insecten en plantendelen.  Zo kunnen ze op akkers som nuttig zijn als ze de kleine plaaginsecten opeten.  Je hoort de sprinkhanen van augustus tot oktober met hun scherp en knarsend gepiep.